FAQ

Veel gestelde vragen

Is bij de Roedelmethode het gedrag van wolven het uitgangspunt?

De Roedelmethode is niet gebaseerd op het gedrag van wolven, al dan niet in gevangenschap. Honden en wolven zijn twee verschillende soorten.
De methode is gebaseerd op de vele wetenschappelijke onderzoeken naar het gedrag van onze hedendaagse huishond, die dankzij eeuwen van domesticatie een zeer unieke en specifieke sociale band heeft ontwikkeld met de mens. Onze hedendaagse gedomesticeerde huishond is in zijn sociaal genetische gedag niet vergelijkbaar met ‘honden in het wild’ of met wolven.

De Roedelmethode is gebaseerd op onderzoeken naar het ‘ sociale leren’ van honden en gaat over hoe honden hun eigen hondentaal leren en leren communiceren, met elkaar én met hun baas.

Het rangorde verhaal is toch achterhaald? Onderzoeken geven aan dat honden in het wild geen roedel vormen en geen rangorde hebben.

Bij alle sociaal levende diersoorten bestaat rangorde en zijn de sociale groepsgenoten wederzijds van elkaar afhankelijk. Zonder duidelijke regels en afspraken is samenleven en samenwerking in een sociale groep of als aparte sociale groepen in elkaars omgeving, niet mogelijk. Voor het bestaan van verschillende sociale groepen ‘in vrede’ naast elkaar, heb je elkaars medewerking nodig, is er wederzijdse afhankelijkheid zodat die vrede bewaard kan blijven. 

Rangordes hebben een belangrijke functie in elk sociaal systeem, zowel bij mensen als bij dieren. Dankzij het ‘dominantie-gen’ wordt rangorde, het kunnen samenleven en samenwerken met anderen in een sociale groep mogelijk.

Speelt bij dominantie agressie een rol?

De koppeling van dominantie en overheersing ‘door agressie en geweld’ is inmiddels in de hondenwereld een zeer algemene en hardnekkige aanname en interpretatie geworden. Dominantie is echter een erfelijke (genetische), positieve eigenschap, die aanwezig is in elk levend wezen. 

Dit ‘dominantie-gen’ is het erfelijke vermogen dat samenleven en samenwerken in een sociaal verband waar sprake is van wederzijdse afhankelijkheid, mogelijk maakt.

 Dat maakt ieder levend wezen – in meer of mindere mate – dominant!
Lees ook Roger Abrantes; Dominance, making sense of the nonsense

https://rogerabrantes.wordpress.com/2011/12/11/dominance-making-sense-of-the-nonsense/

De Roedelmethode bestaat al meer dan 30 jaar. Maakt dat de Roedelmethode niet ouderwets met gebruik van achterhaalde rangorderegels?

De Roedelmethode is als eerste begonnen met elementen van sociaal leren en bewustwording van emoties bij de hond. In die zin was de methode zijn tijd ver vooruit. Wetenschappelijke inzichten vormen de basis voor de methode. De Roedelmethode heeft altijd nieuwe wetenschappelijke inzichten toegepast in de methode. In deel 1 en 2 van de inmiddels uitverkochte boeken van de Roedelmethode vind je passages ten aanzien van omgang met het dominantie-gen waar we nu anders tegenaan kijken. 

Mensen leggen menselijke normen en waarden (menselijke afspraken en spelregels) op hun honden. Bepaalde (rangorde)regels zijn naar hondse normen en waarden niet ouderwets of onzinnig, omdat ze onderdeel zijn van de eigen taal en normen en waarden van een hond.

Voor honden heeft elke geur, elke lichaamshouding en elke beweging een eigen specifieke betekenis, die hij al in het nest heeft geleerd.
Dankzij die hondentaal (zoals ‘rangorderegels’) zal je hond zich steeds meer gaan richten op jou en je lichaamstaal.

Er bestaan verschillende versies van ‘de’ rangorderegels. In een aantal versies staan regels en handelingen, die voor een hond in zijn eigen hondentaal geen enkele betekenis hebben (menselijke regels). Soms staan er regels bij, waarvan de betekenis die de mens er aan geeft, precies is tegengesteld aan de betekenis in de hondentaal.

Wil een hond altijd hogerop komen in rang als hij de kans krijgt?

Een ‘ongehoorzame’ hond of hond die (in mensenogen) ongewenst gedrag vertoont, is geen ‘dominante’ hond die erop uit is om hogerop te komen.
In onze ervaring is een hond die echt per se ‘hogerop wil komen’ zelfs uiterst zeldzaam. Het is een hond, die graag weten, waar hij aan toe is. Hij gebruikt zijn ‘ongehoorzaamheid’ en ‘ongewenste gedrag’ om erachter te komen, of de baas écht betrouwbaar is en hem veiligheid en vertrouwen kan bieden.
Dat gesprek met de baas voert hij uiteraard hij in zijn eigen hondentaal.

Een hond die ‘hogerop’ is gekomen, is dat zelden om dat hij dat zo graag wil. Dat is juist meestal tegen wil en dank, omdat de baas niet heeft voldaan of kan voldoen aan wat zijn hond nodig heeft: duidelijkheid, zekerheid, geborgenheid en goede leiding. In dat geval zal hij genoodzaakt zijn om zelf de touwtjes in handen te nemen.

Bij de Roedelmethode wordt een hond nooit beloond als hij iets goed doet; maar mensen werken toch ook niet voor niets?

Betaald werk doe je pas ‘als je groot bent’. Als kleuter, peuter, puber en student ‘verdien’ je niets, hooguit goedkeuring en waardering. Tot je gaat werken ben je ‘slechts’ onbetaald aan het leren en doe je vaardigheden op in relatie tot anderen en is de enige beloning die je daarvoor krijgt een sociale beloning ; goedkeuring en je voelt je prettig, of afkeuring (onaangenaam!). Pas ‘als je groot bent’ en je leertijd goed hebt volbracht, krijg je een betaalde baan en ‘werk je niet voor niets’.

Eigenlijk werkt dat ook zo voor je hond. Ook je hond is een sociaal wezen. Hij wil graag leren, hoe hij met jou en zijn menselijke huisgenoten (en soortgenoten) om moet gaan. En net als bij mensen is in dat leerproces de sociale interactie, de sociale binding met jou de optimale motivatie en ook… de sociale beloning voor je hond. (Deel 2, de sociale fasen).

Wanneer je hond zover is (Deel 2, de derde sociale fase) en laat zien dat zijn ‘leertijd’ erop zit, zal hij gaan werken voor en samen met jou. Natuurlijk hoeft ook hij dan ‘niet voor niets’ te werken en hoort hij wel degelijk ‘betaald’ te worden voor zijn werk; het gedrag dat hij toont én zijn motivatie komen nu met elkaar overeen, waarvoor hij absoluut een beloning verdient!

Honden zijn vooral egoïstisch en opportunistisch. Voerbeloningen werken dan toch veel sneller?

Met belonen wordt steeds de menselijke wijze van belonen bedoeld, als enige manier om een hond te belonen. Veel bazen ervaren, dat hun hond elk lekkers en zelfs biefstuk weigert, zodat er duidelijk ‘iets anders’ moet zijn wat hem op dat ogenblik wél motiveert.

Door hem vanaf het moment dat je hond (pup) bij je binnenkomt te belonen met voer, ontzeg je hem dan (onbedoeld) het recht om sámen met jou sociale vaardigheden te leren.

Eigenlijk verplaats je zélf de sociale motivatie van de hond (de sociale interactie met de baas), naar het alleen nog maar gemotiveerd zijn voor voer. Juist door die sociale motivatie zijn er heel wat honden die ‘niets lekker vinden’. Bovendien zijn honden niet egoïstisch maar egocentrisch. Dat is een essentieel verschil. Egocentrisch maakt sociaal leren mogelijk. Bij egoïsme is dat niet mogelijk. 

Iedere hond heeft toch ook correcties nodig. Een fysieke correctie kan toch nodig zijn?

Vertrouwen en respect zijn nooit met (fysiek) geweld af te dwingen, maar zullen stap voor stap door de baas verdiend moeten worden. Dat kost tijd en veel geduld en waarbij fysieke conflicten juist averecht werken. De acceptatie van lichamelijk contact wordt zonder geweld en in het persoonlijke tempo van baas en hond opgebouwd. Pas als de ene stap door de hond helemaal geaccepteerd is, komt de volgende stap. De Roedelmethode maakt geen enkel gebruik van fysieke correcties. Ook niet rukken en trekken aan lijnen of verbaal geweld.